dinsdag 9 december 2008

De zaak V. (4)


Zo kan ik mezelf aanpraten dat ik subtiele grenzen stel aan de reikwijdte van mijn collectie. Maar O. was de ware meester in de beknotting van zijn begeerte. Enkel de vooroorlogse albums. Van Soviets tot Sceptre: een straffe en eerlijk gezegd nogal onbevattelijke inperking.
Ik wist niet dat hij dood was.
‘Het is allemaal ook zo snel gegaan,’ zei zijn vrouw.
Al kort na zijn overlijden werd ze gebeld door iemand die niets dan lof had voor de verzameling van haar man. Hij waarschuwde haar ook voor de aasgieren die weldra bij haar op de stoep zouden staan. Had haar man haar een richtsnoer verschaft voor de bestemming van zijn collectie? Nee? Zou hij dan eens langs mogen komen voor een discrete inventarisatie en een vanzelfsprekend vrijblijvend bod?
Ze had vriendelijk geweigerd. Twee dagen later belde hij weer. Opnieuw wimpelde ze hem af. De derde keer stond hij zomaar voor de deur met een bos bloemen. Ze toonde zich verbaasd, maar stemde ermee in dat hij een blik wierp op de collectie. Hij gedroeg zich uiterst hoffelijk en schreef na twintig minuten een bedrag op een papiertje waarvan ze behoorlijk had opgekeken. Zoveel?
‘Ik ben aardig voor u,’ had hij beweerd. ‘Misschien kunt u ook aardig voor mij zijn en vandaag de knoop doorhakken?’
Toen ze antwoordde dat ze er op z’n minst een nachtje over wilde slapen, antwoordde V. (want over hém gaat het hier) dat zijn bod dan niet meer zou gelden. Maar hij wilde best een uurtje gaan wandelen in de buurt en dan terugkeren.
Zijn plotselinge haast gaf haar een onplezierig gevoel.