maandag 4 juli 2016

Andere levenslijnen (10)



Leuke nieuwe aanwinst: een gesigneerde trade card uit de zeldzame Monaco Masters-reeks, uitgegeven in het Formule 1-seizoen van 1969. Georges ‘Hergé’ Remi rijdt dan in een Ford Cosworth, samen met Jo Siffert, voor het Walker-Durlacher Racing Team.

‘Driver of the Year’ verwijst hier overigens naar Remi’s kampioenschap in ’68, voor het team van Gold Leaf Lotus. In dat jaar gaf Enzo Ferrari, groot bewonderaar van de coureur uit Brussel, hem ook de bijnaam ‘L’uomo della linea chiara’ (letterlijk: de man van de klare lijn), een verwijzing naar Remi’s vermogen om op elk circuit de ideale lijn te rijden.

1969 is voor Remi evenwel een rampjaar. In de oplaaiende rivaliteit met de nummers twee en drie – Albert ‘Oumpah Pah’ Uderzo en René ‘The Parisian Collision’ Goscinny (beide uitkomend voor het Pilote Racing Team) – is hij telkens de verliezer. Mist hij zijn oude vriend en teammaat Edgar Jacobs?


Jacobs had er, zoals bekend, genoeg van om ‘in de schaduw te rijden’ van Remi en trok zich een jaar terug uit de racerij. Op 12 maart 1969 rijdt de taxi waarin hij zit bij het Franse gehucht Labrousse in dichte mist in een meer. De coureur verdrinkt, een dag nadat hij op de Franse televisie de risico’s van de Formule 1 nog heeft vergoelijkt met de legendarische uitspraak: ‘Wat mij betreft: het tekenen van strips is een gevaarlijker beroep’.*

*) Dit was een duidelijke kwinkslag naar het recente ongeval van striptekenaar Niki P. Lauda, die ernstig gewond raakte door een ontploffende theeketel:




Tijd voor een zomerstop - ik ben tot eind augustus afwezig. Voor een snelle bandenwissel en volle tank kunt u als vanouds contact opnemen met mevrouw Fanny van garage Moulinsart, toestel 421. Bovenal wens ik u een fijne zomervakantie!


donderdag 30 juni 2016

Ongezien het mooiste exemplaar !


I.
Had ik me nog zo voorgenomen om geen woorden meer vuil te maken aan het meest onzinnige relict uit het Kuifje-universum, wijst D. me op deze ‘achat immédiat’ op eBay:


55.000 verkwiste euro’s voor, daar is ie weer, de édition universelle (ook wel: édition avant la lettre) van CONGO. De begeleidende tekst meldt: ‘Parfait état, le plus neuf des 7 exemplaires connus !’ Van de bekende exemplaren zou dit het mooiste exemplaar zijn.

Maar wacht eens even! Was dat mooiste exemplaar niet juist vorige maand geveild door Catawiki? Over dát exemplaar merkte veilingmeester Jacques Pels in een persbericht op: “Het tekstloze Kuifje album is na 68 jaar nog altijd in bijna nieuwstaat. De andere exemplaren zijn in minder goede staat en dat maakt het album in de veiling het duurste album van de 7 bekende exemplaren”.

Dat blijkt dus ook al een pr-praatje. Wie althans het beeldmateriaal vergelijkt, moet concluderen dat de eBay-versie allerminst ‘in minder goede staat’ is maar juist nieuwstatiger.

II.
Nieuwstatig is ook het klapstuk van de grote najaarsveiling van ArtCurial:


De édition Oedipus (ook bekend als de ‘édition avant la lumière’) van CONGO. Eind jaren veertig vervaardigd in een oplage van vijf exemplaren - bestemd voor de blindenbibliotheek van de witte pater Grégoire Vanneste en zijn confraters in hun missiepost in Kirungu (Boven-Congo). Van de slechts nog twee bekende exemplaren is dit ongezien het mooiste exemplaar! Richtprijs € 900.000 – 1.100.000.


maandag 27 juni 2016

De angel is uit de kwestie !


Keren we nog even terug naar het vraagstuk dat zich vorige week aandiende:


Is een volledige bedrukte krant niet een Fremdkörper binnen de schriftlijnen van de Klare Lijn?

Het pastoraal team van het Hergé Genootschap trok zich dit weekeinde terug in het parlatorium van het Cisterciënzer kloostercomplex in Maulbronn (Baden-Württemberg) en kwam zondagnacht met het volgende (unanieme) besluit naar buiten:

‘Binnen de Klare Lijn is het sluitend maken van een krantenpagina zeker netjes.’

De BNS, de Beroepsvereniging van Nederlandse Stripmakers, laat in een eerste reactie weten ‘enorm opgelucht’ te zijn over de uitkomst van het HG-overleg. Voorzitter Hans Pols: ‘De angel is uit de kwestie! Onze vakgroep-Klare Lijn wil nu zo snel mogelijk in gesprek gaan met haar leden om het nieuwe richtsnoer toe te lichten. Angst en onwetendheid hebben te lang gezorgd voor creatieve verlamming en gefnuikte carrières. Iedereen kent wel de schrijnende gevallen van tekenaars die noodgedwongen naar zuurstof hebben gezocht in bijvoorbeeld de Atoomstijl, maar daarin niet lekker functioneren.’

Verrassend is overigens het opduiken van dit tweede-graads reliek:


Het origineel van de krant (met dank aan Jan Aarnout Boer) waarvan de voorpagina Haddock zozeer onthutst:



vrijdag 24 juni 2016

In de afgrond


Zetten we ook hier de schijnwerpers op Boris Johnson, de grote voorvechter van de Brexit, die de EU ‘an outdated absolutist ideology’ verweet en de uitvoerders ervan ‘een rigide bende die [bij ons] politieagent komt spelen’.

Boris mag vandaag feestvieren, maar het orakel Hergé ziet het somber in:


Zoals de Tekenaar in De Zwarte Rotsen ook haarfijn het gevoel van de jonge generatie Britten lijkt te verbeelden:


Een gedwongen en ongewisse jump into an abyss waar 73 procent van de 18- tot 24-jarigen geen trek in heeft.

Overigens schatte Bob de Moor het dramatische effect van bovenstaande situatie te laag in en gooide hij er in zijn versie nog wat extra effecten tegenaan:


Let goed op het bevende uitroepteken: in zeer letterlijke zin zien we hier lichaamstaal. Het zijn immers Kuifjes knieën die dit signaal van ontzetting afgeven.

donderdag 23 juni 2016

Correcties, aanvullingen en gekruiste beentjes


I.
Nu we het toch over asymmetrisch zitten hebben:


28 december 1969: Goscinny, Uderzo, Franquin en Hergé kwetteren met gekruiste beentjes over hun vak. Alleen Alain de Saint Ogan (rechts achter de presentator) bewaakt zijn mannelijkheid en slaat zijn benen niet over elkaar:


Met dank aan Ivo Mans voor de screenshot en de link naar het filmpje

II.
Jean-Marc van Tol, bekend van de weergaloze (aan Frans Masereel schatplichtige) ‘Stijloefening nr. 100’, wijst me op een vergissing bij deze afbeelding:


‘Hier gaat het niet om een lege achterkant, maar om een lege voorpagina. Kuifje zit het artikeltje naast de Fokke & Sukke te lezen.’

III.
Gunnen we ook dit beeld nog een herplaatsing:


Geschoten vlak na de jaarwisseling van ’53/’54, noteerde ik. Correspondent Scudder denkt daar anders over:

Het bewuste exemplaar van het weekblad is van 6 januari. Ik weet niet zeker hoe het bij Weekblad Kuifje in die tijd was, maar bij andere tijdschriften lag de tijd tussen het aanleveren van het materiaal en het drukken tussen de één en zes weken. Bij ‘De Spaarnestad’ (waarvoor de moeder van een zeer goede kennis in de jaren zestig en zeventig werkzaam was) en vergelijkbare uitgeverijen/drukkerijen werden bladen als Sjors en Tina drukklaargemaakt zo’n vijf weken voor verschijnen; voor Story gold een periode van drie weken, en voor Panorama twee weken. Ik verwacht dus dat voor het Weekblad er ook een periode van zo’n vier weken gold tussen de definitieve aanlevering en het drukken & verzenden. Dus is de foto niet begin januari 1954, maar begin december 1953 genomen.

dinsdag 21 juni 2016

De volle leegte


Eveneens onvindbaar* in de albumuitgave van BOULES is de klassieke dynamiek (rollende persen, roepende straatventers) bij het verschijnen van de krant:


Maar mijn aandacht werd vooral getrokken door iets wat ik schijnbaar altijd gedachteloos heb geslikt:


Viel het me nu pas op omdat ik de voorbije, droefgeestige dagen nogal vol was van mijn eigen leegte?

Hergé vent dagbladen uit met onbedrukte achterpagina’s (hij begint er zijn Bollen-avontuur zelfs mee). Die kranten met lege bladen (of moeten we heel vileintjes zeggen: pages volées?) zijn een terugkerend fenomeen:


Twee fragmenten uit OREILLE CASSÉE, dat een rijke bron van leemtes blijkt: het album bevat maar liefst tien (10) passages waarin zo’n incomplete krant wordt geconsumeerd. Kuifje doet dat trouwens bij voorkeur asymmetrisch:


Met de benen over elkaar: slecht voor de wervelkolom én het vergroot aanmerkelijk het risico op spataderen. Bovendien is daar dan nog de oligofrene enkeling die de gekruiste-beenhouding bij mannen verwijfd noemt. Maar daar heeft onze jonge held een duidelijk antwoord op:


We dwalen af... Vergeet die beentjes, de oplettende lezer ontdekt in hetzelfde avontuur dat óók de voorpagina’s geen enkel nieuws bieden:


Pas in april 1955 komt het Weekblad met een primeur:


Een volledig bedrukte krant! Let op: zelfs die van de lezer op de achtergrond is van tekst voorzien. Of deze koerswijziging geen Fremdkörper is binnen de Klare Lijn, lijkt me zomaar een aardig puntje van dispuut voor de senior members van het Hergé Genootschap.


*) Het gesneuvelde Zonnebloem-plaatje werd zondag bij Millon afgehamerd op € 12.000.

zaterdag 18 juni 2016

Weer een slachtoffer !


En vooruit, weer eentje die het leven – de dode pauze tussen de dood en de dood – voor gezien hield. ‘Breekbaar als een kolibrie’ staat er op het rouwkaartje dat rept van een uitvaart die in stilte heeft plaatsgevonden. S. beantwoordt mijn verbouwereerdheid met een medeleven dat ik even niet verduren kan. Veel liever troost ik dan dat ik getroost wordt. Op mijn narrigheid volgt ten slotte de verlangde afstand en een sneer: ‘Kan ík er wat aan doen dat ze in jouw kringen bij bosjes omvallen?’

Natuurlijk niet.
Maar wie dan wel?


En wéér een slachtoffer!

En wéér een schone blijk van de brille van Hergé. Bekijk die passage maar eens goed. De doorsnee krabbelaar uit de keuken van de negende kunst zou nu Haddock uit de krant hebben laten voorlezen – een dienstverlening aan de lezer die de facto een saaie aangelegenheid is. Zie dan eens hoe eenvoudig en toch heel ingenieus onze vriend de Tekenaar de monotonie omzeilt:


Zonnebloem leest voor, de gebelgde Haddock zorgt voor het visuele vertier. In de oorspronkelijke versie (18 maart 1944, Le Soir) valt overigens nog een extra grapje te ontdekken dat in albumvorm is gesneuveld:


Nu is ook de wargeestige professor geërgerd omdat de zich verbijtende kapitein hem ‘de hele tijd’ onderbreekt...

Het plaatje gaat morgen onder de hamer bij Millon:


Richtprijs € 9.500 – 10.000. Maar laten we het vandaag eens niet over de centen hebben.

donderdag 16 juni 2016

Maar kijk dan toch!



Redactievergadering bij het Weekblad, vlak na de jaarwisseling van ’53/’54. We zien Hergé in gezelschap van hoofdredacteur André Fernez, zijn secretaris Marcel Dehaye en zijn vroegste assistent Eugène van Nijverseel alias Evany (bij de Petit Vingtième zette hij onder andere het CONGO-avontuur in de inkt).

De heren voeren een toneelstukje op voor de fotograaf, want zoveel geanimeerde belangstelling voor dit…:


…lijkt me anderszins moeilijk te verklaren.

Bestuderen we de foto wat nauwkeuriger dan wordt pijnlijk duidelijk dat het viertal nogal een figuur slaat. Al die koude drukte om het vignet van ‘Goud voor Rome’! De Tekenaar hoeft zijn pen maar een heel klein stukje naar beneden te bewegen…


…om de aandacht te verleggen naar een tafereel dat we ongestraft iconisch mogen noemen:


Januari 1954: Edgar P. Jacobs schrijft en tekent stripgeschiedenis en zijn collega’s lijken het niet in de gaten te hebben.

dinsdag 14 juni 2016

Een lachbui als een zomerzon


Bon, er spelen zich dus méér eigenaardigheden af tijdens de tickertape-parade voor Kuifje. A la recherche-lezer Tom wijst me op dit saillante tafereel:


Commentaar: ‘Daar hangt toch duidelijk iemand uit het raam zijn frietzakje te legen!’

Mars Gremmen, inmiddels de laatst overgebleven stripmaker van De Grote Drie, bespeurt nog veel meer ongerijmdheden:


Handje 1: ‘Men strooit met vloeipapier! En daar valt vast een goede reden voor te bedenken. Maar niet door mij.’ (zie ook de Handjes 2 en 3).

Met Handje 4 legt Gremmen de vinger op een zere plek: ‘Even dacht ik dat Bobbie xtc-pillen kreeg aangeboden. Maar die boze blik krijgt hij door de kraag van de agent achter hem. (Het zullen wel hondenbrokjes zijn.)’

Gremmens terloopse actualisering van ‘het kind in de vensterbank’ bezorgde me overigens een lachbui als een zomerzon.

maandag 13 juni 2016

Uit het raam!



Tickertape-parade voor Charles Lindbergh, 13 juni 1927 – vandaag precies 89 jaar geleden. Een maand eerder maakte Lindbergh als eerste solopiloot een non-stop vlucht over de oceaan.

New York greep in die tijd zo’n beetje elke gelegenheid aan om oud papier uit het venster te smijten: in juli van datzelfde jaar was er opnieuw een parade, nu voor een crew van drie vliegeniers die een trans-Atlantische oversteek maakten.

Onze jonge vriend krijgt zijn karakteristieke eerbetoon op 20 oktober 1932, precies vier maanden nadat de eerste vrouwelijke trans-Atlantische solopiloot was gehuldigd*:


Allerliefst is het beeld van het kind in de vensterbank dat stevig (mogen we hopen) wordt vastgehouden:


Maar let vooral ook op de tronie van de eerste agent te paard:


Die is nogal on-Hergéaans en deed me aan George Grosz en, dichter bij huis, Bob van den Born (Professor Pi) denken.

Enfin, naar al die leuke details is het vergeefs zoeken in het diorama dat figureerde op de grote Tintin: Hergé’s Masterpiece-expositie:




*) Op 1 augustus 1933 zou er ook nog een parade zijn voor Amy Johnson en James Mollison, het eerste getrouwde stel dat de oceaan overvloog.

vrijdag 10 juni 2016

Gruwelijk beeldrijm



De fatale lancering van de excentrieke Archibald. Op 11 mei 2015 schreef ik erover:

Pump crasht met die bijna 250 kilometer per uur in het hekwerk, laat het stuur los en steekt zijn armen in de lucht: een erg theatrale beweging van overgave en zeker iets wat alleen maar kan in de gestolde werkelijkheid van een stripplaatje.

Dat valt dus te bezien. Enter John James ‘Jack’ McGrath:


Vergeet het lullige helmpje en het breed uitwaaierende gebit: in de jaren vijftig is dit een van de populairste coureurs uit de Amerikaanse racerij (‘one of the greatest drivers who never won at the Indianapolis 500’). Ook bekend als ‘The Thin Man’ en ‘The Splendid Splinter’.

Legendarisch is het duel dat McGrath in mei 1955 uitvecht met tweevoudig Indy-winnaar Bill Vukovich, bijgenaamd ‘The Mad Russian’. McGrath moet in ronde 54 opgeven met motorpech, Vukovich haalt evenmin de eindstreep. Zijn resten bevinden zich hier onder het brandende wrak van zijn Hopkins SPL:


Al in november 1955 zien we, luttele seconden voor zijn dood, ook The Splendid Splinter terug in een gruwelijk beeldrijm:


De armen in de lucht, in de gestolde werkelijkheid van wat (moet ik boetvaardig toegeven…) zeker géén stripplaatje is.

woensdag 8 juni 2016

Een executie in Moskou



De post bracht de handelseditie van ‘Soviet Bus Stops’, handzame bundel met 160 foto’s van bushokjes en -hokken (soms afstotend brutalistisch, vaker van een wonderlijke schoonheid) langs wegen in onder andere Kazachstan, Tadjikistan, Oezbekistan en Georgië. Laatste, onbekookte expansie van mijn collectie fotoboeken die inmiddels uitzwelt als een olievlek.

Als ik wil smokkelen, plaats ik het boek op het SOVIET-plankje. Maar daar ontbreekt de connectie. Hoewel het allereerste Kuifje-avontuur een amalgaam is van voort- en voorbijrazende transportmiddelen, verschijnt de enige bus die we in dit album tegenkomen pas op de allerlaatste pagina, en dan ook nog eens in Parijs…


Is er dan geen busvervoer in het postrevolutionaire Rusland? In het fantasie-Moskou dat de jonge Hergé tekent is de stad in elk geval een stinkende bende met uitgestorven straten. Toch zijn die straten eind jaren twintig afgeladen met voetgangers, trams en… bussen, hier bij de Bakhmetevsky-garage, in 1929:


Onze jonge held had de fraaie architectuur van dit busdepot kunnen bewonderen (een constructivistisch meesterwerkje van Konstantin Melnikov) en aldaar op één van de 104 Britse Leyland-bussen kunnen stappen. Ook reden er volop Duitse MAN-bussen, Franse Renaults en zelfs enkele Amerikaanse Ford-bussen door de Sovjet-hoofdstad.

Voor een ritje in de metro was Kuifje overigens een paar jaar te vroeg. Pas in het voorjaar van 1935 werd de eerste lijn geopend. Vergeten feitje: belangrijk medewerker aan de bouw van die lijn is de Nederlandse ingenieur Dirk Schermerhorn (broer van de latere Nederlandse premier Wim Schermerhorn). Hij valt in ongenade bij Stalin als hij kritiek durft te leveren op de bureaucratie en wordt ter dood veroordeeld. Een dag vóór zijn executie op 26 november 1937 verschijnt dit nieuwe nummer van de Petit Vingtième:


‘Pas de chance’ lezen we onder de omslagillustratie van de (alweer) druk reizende Kuifje. En zo is het. Er is geen hondje dat de boeien van de plichtsgetrouwe ingenieur doorknaagt. Evenmin zullen papierpropjes in plaats van kogels zijn tragische dood op het laatste nippertje verhinderen.

maandag 6 juni 2016

RECTIFICATIE: De veilingmeester is onschuldig


I.
Pikant dat de veiling van een tekstloos Kuifje-album zoveel woorden oplevert… Waarmee we terugkomen op het akkefietje met veilingmeester Jacques Pels. Diens Catawiki-collega Patrick Franken spreekt naar aanleiding van mijn vorige post van een ‘standrechtelijke executie’ van een ‘plichtsgetrouwe veilingmeester’ op basis van een kort persbericht (ik kom later nog terug op zijn lange mail). Marketingmanager Mark Borgman geeft toe dat er fouten zijn gemaakt, maar wil de zwarte piet daarvoor graag elders zien: ‘U kunt de fout neerleggen bij onze PR-afdeling in plaats van bij de veilingmeester’.

II.
Uit de mail van Mark Borgman:

In uw artikel wijst u erop dat onze veilingmeester beweert dat het de eerste keer is dat er 1 van de 7 exemplaren wordt geveild. Dat staat idd in het persbericht, maar deze fout is gemaakt door onze PR-afdeling die wat overenthousiast was en de quote niet goed heeft overgenomen. Ik wil met de hand op mijn hart bij u aangeven dat onze veilingmeester duidelijk heeft aangegeven dat het niet de eerste keer was dat 1 van deze albums is geveild. Dit heeft hij zelfs later nog expliciet naar de PR-afdeling gemaild. Hem treft dus geen enkele blaam. Hij heeft echter heel veel last van de negatieve reacties die op de blog volgen. Zijn goede naam is hiermee aangetast.

U zou ons een groot plezier doen om dit artikel te rectificeren - waarbij u de fout kunt neerleggen bij onze PR-afdeling ipv bij de veilingmeester. Zoals gezegd heeft de veilingmeester hier veel last van, terwijl hij ons dus wel van de juiste informatie heeft voorzien.


III.
Puntje van aandacht is dat zowel Franken als Borgman spreken van ‘een persbericht’ terwijl er sprake is van twee (2) verschillende persberichten. In een persbericht van 25 mei (op ANP Pers Support) én in een persbericht van 30 mei wordt gerept van een album dat ‘voor het eerst’ wordt geveild. In het tweede persbericht is die constatering omgebouwd tot een citaat van Pels zelf, het is de veilingmeester die de fout in de mond krijgt gelegd door een ‘overenthousiaste PR-afdeling’. Je kunt er langdurig over pezeweven, maar dat tweede persbericht had er natuurlijk nooit doorheen mogen glippen. Maar Pels is onschuldig, benadrukt ook Patrick Vranken:

Jacques Pels hééft in een toelichting, die voorafging aan het verspreiden van het persbericht, wel degelijk intern gecommuniceerd "dat slechts 5 seconden opzoekwerk nodig waren om meteen een duurder geveild exemplaar te vinden". Ik heb de e-mail hier voor me.

Vooruit, we geloven hem:



dinsdag 31 mei 2016

De leugens van de veilingmeester


I.
De tijd van de gouden bergen lijkt definitief voorbij, noteerde ik vrijdag naar aanleiding van het debacle van Piasa’s grote Vente Hergé. Afgelopen zondag al diende zich een goede gelegenheid aan om die stelling te toetsen, met de Exclusieve Stripveiling van Catawiki. Eenduidige conclusie: het feest lijkt écht voorbij.

Van de 38 Hergé-kavels overschreden 6 net aan de laagste schatting van de veilingmeester. Op 27 kavels werd onderboden, waarvan op 9 zelfs zwaar. Veel stukken haalden aldus de reserve price niet. Succes was er eigenlijk alleen op het nautische vlak: vrijwel de enige (fikse) overbiedingen zien we bij de scheepsmodellen.

II.
Dat teleurstellende resultaat zien we niet terug in het persbericht dat Catawiki gisteren deed uitgaan. De grote aandachttrekker, het tekstloze CONGO-album (de beruchte édition avant la lettre), haalde met pijn en moeite (en met al zeer vroeg nog slechts twee bieders) de reserve price van € 39.000, nog altijd duizend euro ónder de laagste richtprijs. Catawiki toont in haar persbericht iets van deemoedigheid met de constatering dat de opbrengst ervan ‘iets hoger werd ingeschat’, maar vervolgt dan doodleuk met de kanttekening dat het album ‘één van de duurste Kuifje stripboeken is dat ooit op een veiling is verkocht’.

Dat is zeer eenvoudig als verzinsel te ontmaskeren.

Alleen al bij het Parijse veilinghuis Artcurial gingen sinds 2011 vijftien albums onder de hamer in de categorie bóven de € 40.000, met veel uitschieters van boven de vijftigduizend, boven de zestigduizend, boven de zeventigduizend tot en met, via het gesigneerde MAAN-album van € 100.000, het CONGO-album dat in november 2014 meer dan 113.000 euro opbracht.



III.
Een leugentje voor de goede zaak? Een tikkeltje erger is de zekerheid waarmee veilingmeester Jacques Pels verkondigt dat er van het tekstloze album ‘op de hele wereld slechts 7 exemplaren bekend zijn.’ Twee jaar geleden noteerde ik hier hoe brutaal er gesjoemeld wordt met het aantal exemplaren. In 2013 was er op een veiling nog sprake van negen exemplaren, bij het exemplaar dat in 2010 geveild werd (voor € 48.000) werd het gerucht verspreid dat er ‘overall misschien nog maar vier of vijf exemplaren van bestaan’.

IV.
Vergeven we de veilingmeester zijn dwalingen? Och ja. Ik draag de jongens van Catawiki ten slotte een warm hart toe. En nee. Want Pels gaat zwaar over de schreef met deze laatste, grove leugen: ‘Het was voor het eerst dat er één van de 7 exemplaren werd geveild,’ beweert hij in het persbericht van gisteren. En beweerde hij ook voorafgaand aan de veiling. Alsof de verzamelaar geen weet heeft van de veilingen bij Piasa (2010), bij Couteau Bégarie (2013) en bij Artcurial (2014), drie gelegenheden waarvan Pels op de hoogte moet zijn geweest.


De leugen is niet alleen beledigend, hij roept ook de vraag op hoever men bereid is te gaan om met kletspraatjes het inmiddels achterhaalde verhaal in stand te houden dat de albummarkt nog steeds booming is.

‘Het is duidelijk dat de markt voor oude Kuifje-albums niet meer is wat het was,’ citeerde ik vrijdag Marcel Wilmet. Ik heb de Vlaamse expert vaak bekritiseerd, maar in dit geval verdient hij een pluim voor zijn eerlijkheid.



Maandag verder.

maandag 30 mei 2016

Zuip nooit hardop


I.
Naar de Amsterdam Art Fair, wat dit jaar een wandeltochtje behelsde naar een tent op het Museumplein. Het tentzeil zorgde voor een mooi clair-obscur, maar de pret werd bedorven door een katterig gemoed. Wat ik zag, liet me koud en allengs bekroop me de onzalige gedachte dat ik me in het epicentrum van de verveling bevond.

Och zie, mijn grootste angst: dat een temporaire onverschilligheid voor hedendaagse kunst chronisch van aard zal blijken. En zonder hunkering van de geest kan het lijf zich wel opknopen. Fluks zocht ik verlossing in mijn buurtkroeg waar regels van gemanierdheid de toog sierden en de beroering de kop indrukten:

Wilt gy ja zuipen, dan zuip met een lepel als een monnik. En zuip niet hardop als een kalf; zuip stillekens als eene jonkvrouwe.

II.


Illustratie bij het artikel in De Standaard, afgelopen zaterdag, over Tonnerre de Brest!, nieuwe expositie in het Hergé Museum over hedendaagse kunst in het werk van Hergé.

‘Hergé als zondagsschilder’ luidt de kopregel over de gehele pagina. Ook in benevelde conditie is het zonneklaar: tekst en beeld vallen hier in elkaar als klittenband.

vrijdag 27 mei 2016

Het is voorbij



Originele inkleuring van het RACKHAM-omslag. Kavel 64 op Piasa’s Vente Hergé van afgelopen dinsdag. Wie een blik werpt op de resultaten van die veiling, krijgt de nieuwe werkelijkheid koud geserveerd. De media willen er nog niet aan, maar de tijd van de gouden bergen lijkt, ook al na de zeer matige resultaten bij Sotheby’s deze maand, definitief voorbij.

Expert van dienst, Olivier Van Houte, kreeg het deze week stevig ingepeperd: van de 182 kavels vonden slechts 51 (!) een nieuwe eigenaar. Zelfs Van Houtes collega Marcel Wilmet moest toegeven dat het allemaal ‘niet aan de verwachtingen voldeed’. Wilmet, een dag later op zijn blog:

Het is duidelijk dat de markt voor oude Kuifje-albums niet meer is wat het was, zelfs als die albums zeldzaam zijn en in een perfecte staat. Als verkopers een nieuw publiek hopen te vinden, zal de reserve price moeten dalen.

Overigens bleef ook kavel 64 (richtprijs € 30.000 – 40.000) onverkocht, evenals de meeste andere aangeboden inkleuringen. Maar daarover zwijgt Wilmet. Een paar jaar geleden tipte hij die originele inkleuringen nog als een betaalbare en zekere belegging.